Boeddhistische tempelklok – de schitterende vereniging van wetenschap en kunst

Buddhist Temple Bell – the magnificent unification of science and art

De boeddhistische tempelklok verenigt de wetenschap van klank met de kunst van een prachtig ontwerp en vorm, en opent het hart in haar grootsheid.

<Klok van koning Seongdeok, de grootste Koreaanse tempelklok, vervaardigd in 771 n.Chr. Met een hoogte van 3,75 meter, een mondingsdiameter van 2,27 meter en een dikte van 11 tot 25 centimeter is de 18,9 ton wegende Sinjong van koning Seongdeok de grootste bewaard gebleven tempelklok in Korea.>

Bij het ochtendgloren klinken 28 klokslagen om licht te brengen in de duisternis van het menselijk bestaan.

Tegen de duisternis van de vroege dageraad, wanneer de wereld nog slaapt, weerklinkt het geluid van luidende klokken diep in de bergen. Deze klank, die mensen uit hun slaap wekt, de duisternis verlicht, tot aan de horizon nagalmt en tot in de aarde doordringt, zo diep als de hel zelf, verkondigt dat men, om een leven vol pijn en lijden te verdrijven en het pad naar verlichting te bewandelen, slechts het hart hoeft leeg te maken en te openen. De plechtige maar kenmerkende, heldere klank van de aanhoudende nagalm van de boeddhistische tempelklok brengt een kortstondig gevoel van vrede aan lichaam en geest die door wereldse zorgen zijn belast, waardoor men tot inkeer kan komen en het hart kan openen. Ook bestaat het geloof dat het horen van de tempelklok redding brengt aan wie in de hel lijden, door hen terug te voeren naar het paradijs. Vanwege de vele betekenissen die eraan worden verbonden, is de boeddhistische tempelklok van Korea sinds vroege tijden een van de belangrijkste instrumenten van boeddhistische rituelen.

Door telkens opnieuw het oppervlak te doorbreken van de eigen hebzucht en woede, hard als gietijzer, leert men de diepe en heldere resonantie van verlichting herkennen vanuit de diepte van de leegte van het hart. Dat is wat de klank van de boeddhistische tempelklok betekent, en de reden waarom zij iedere ochtend zonder uitzondering luidt.

<Drakenmotief boven op de Sinjong van koning Seongdeok.>

Aanhoudende, maar heldere en diepe klank

De tempelklok van Korea, in het Koreaans "beomjong" genoemd, is zo uniek dat zij binnen de akoestische wetenschap een eigen classificatie heeft gekregen: de "Koreaanse klok". Het meest opvallende kenmerk van de Koreaanse tempelklok is haar duurzame, elegante vorm, waardoor de subtiele maar heldere klokklank op enkele kilometers afstand te horen is als een "woeng-woeng-woeng"-geluid dat zich herhaalt alsof het elk moment zal afbreken, maar toch blijft nagalmen. De lange klank wordt veroorzaakt door het zwevingsverschijnsel, waarbij de trillingen van de klok twee gelijktijdige sterke en zwakke klanken voortbrengen die zich vermengen en herhalen, zodat de klank grote afstanden kan afleggen. Hoe is dit mogelijk? Gedetailleerde wetenschappelijke analyses hebben aangetoond dat de oorzaak ligt in de verschillende diktes van de boven-, midden- en onderzijde van de klok. Toch is het zelfs met moderne wetenschappelijke instrumenten niet eenvoudig om de dikteverhouding van de klok te berekenen waarbij dit zwevingsverschijnsel mogelijk wordt. Hoe Koreanen dit 1.000 jaar geleden zelf hebben kunnen ontdekken, blijft een mysterie.

De oudste bewaard gebleven tempelklok in Korea is vandaag de bronzen klok van de Sangwonsa-tempel, diep gelegen in de Odaesan-berg. Volgens haar inscriptie werd de klok vervaardigd in het jaar 725 n.Chr. (het 24e jaar van koning Seongdeok), in de vroege periode van Verenigd Silla, en vormt zij een klassiek voorbeeld van de Koreaanse boeddhistische tempelklok.


<De bronzen klok van de Sangwonsa-tempel, beschouwd als het archetype van Koreaanse boeddhistische tempelklokken, is de oudste en mooiste bewaard gebleven tempelklok in Korea.>


<Op de romp van de bronzen klok van de Sangwonsa-tempel is een hemelse nimf gegraveerd die een muziekinstrument bespeelt.>

Unieke structuur en prachtige motieven

Naast hun diepe en heldere klanken hebben Koreaanse tempelklokken slanke, vloeiende vormen en zijn zij versierd met prachtige, verfijnde motieven. Terwijl de motieven op tempelklokken in China en Japan doorgaans tweekoppige draken omvatten, zijn Koreaanse klokken vaak gegraveerd met één draak die in een levensechte houding bij de taille is gebogen. Deze fungeert als de haak waaraan de klok wordt opgehangen. Nog unieker is het lichaam van de klok, dat de vorm heeft van een dikke bamboestengel. Deze vorm komt uitsluitend voor bij Koreaanse tempelklokken, en haar oorsprong en functie zijn voor geleerden nog steeds onbekend. De schouder en de monding van de klok zijn versierd met een rankenmotief, waarbij de schouder van de klok is bedekt met vier vierkante motieven die elk negen ronde punten bevatten, in totaal 36. Op de romp van de klok bevindt zich een plek die de "dangjwa" wordt genoemd en die wordt aangeslagen om de klok te laten klinken. De dangjwa bestaat doorgaans uit een bijzonder gedetailleerd en fraai motief dat een nimf afbeeldt die naar de hemel opstijgt.


<Dangjwa, de plek op de bronzen klok die met de klokkenhamer wordt aangeslagen.>

De grootste bewaard gebleven tempelklok in Korea is de Sinjong van koning Seongdeok, die tegenwoordig in het Nationaal Museum van Gyeongju wordt bewaard. Volgens de inscriptie werd er 156.000 pond koper gebruikt om haar te vervaardigen. Deze uitzonderlijk grote en buitengewoon vervaardigde klok – met een hoogte van 3,75 meter – werd in opdracht van koning Seongdeok van Silla gemaakt ter nagedachtenis aan zijn vader, en werd voltooid in 771 n.Chr. tijdens de regering van koning Hyegong. De Sinjong van koning Seongdeok wordt ook de Emile-klok genoemd, een naam die is gebaseerd op een macabere legende volgens welke een mensenbaby in het materiaal van de klok zou zijn verwerkt. Zij is zo indrukwekkend en vorstelijk dat een Duitse geleerde bij het zien van de klok naar verluidt uitriep dat, als er in Duitsland een dergelijk artefact bestond, hij niet zou aarzelen er een apart museum voor te bouwen.


<Nimffiguur gegraveerd op de romp van de klok.>

* Foto’s met dank aan de Korea Tourism Organization en de Cultural Heritage Administration of Korea.